| |
1986-2001: 15 JAAR BROERSMA, EEN POGING TOT GESCHIEDSCHRIJVING.
'OPA IS EEN MAFKEES'(1986): Rob en Eric kennen elkaar van de Academie
voor Expressie en Kommunikatie (AVEK) in Leeuwarden, waar Rob als docent
werkt en Eric net afgestudeerd is. Allebei hebben we een kleuter thuis,
Yoko en Marlinn, voor wie we een 'toneelstukje' gaan verzinnen. Dit blijkt
zo leuk dat andere kleuters (op kleuterscholen) ook mogen/moeten meegenieten.
Gevolg: 'OPA IS EEN MAFKEES' door jeugdtheater 'DE BROERTJES' (Tja, hoe
komen we aan die naam: omdat we broederlijke gevoelens koesteren en beiden
slechts 1.91m zijn?).
In dit vrolijke stuk speelt Eric een opa vol verhalen over zijn verleden
als 'helicopterpostbode' in het oerwoud. Helaas heeft hij daar een slaapziekte
opgelopen. Rob, als het trotse neefje dat zijn opa komt showen, is vooral
gericht op het laten meespelen van het jonge publiek. Zo komt de rimboe
tot leven.
'NONDESNOT, ZEI DE KONING'(1987). Na
mislukte repetitiepogingen om twee underdogs te laten floreren in 'SHLOMO
EN DE VERANDERMAN' besluiten Rob en Eric verder te gaan met het gegeven
van meespelend publiek. Gevolg een soort variétéshow, waarin
de gebroeders Ak en Dirk Teur een sprookje uitspelen over een koning die
van toneelspelen houdt maar dan uitgelachen wordt. De koning moet dan
streng zijn maar wil eigenlijk 'gek doen'. Gaandeweg de voorstelling komen
een 30-tal rollen voorbij, die aan het eind worden ingevuld door het publiek.
Groot theaterfeestje! Na een hele serie 'NONDESNOTS' in Fryslan willen
we ook wel eens wat verder weg. We ontdekken de Stichting Nederlands Onderwijs
in het Buitenland, gevolg: op tournee naar het verre oosten! Vanaf nu
nemen we onze hobby echt serieus. We richten Stichting Broersma op (de
'ma' van de 'broertjes', deze naam van een groot vervoersbedrijf kwamen
we onderweg op tournee tegen: gratis reclame!) , om onze zaken eens goed
te regelen. Vanaf nu is de hobby echt werk, leuk werk!
'DOOR 'T DAK' (1989). Na enig geaarzel kiest Rob ervoor om niet meer
met publieksparticipatie te werken. We willen verder met een koningsfiguur,
maar nu in een kloppend verhaal met een plot. We kiezen samen met regisseur
Koen Schyvens voor de legende over de jeugd van 'King Arthur', met ridders
en tovenaars, zwaarden en magie, vaandels en trappen. Bovendien een prachtige
soundtrack vol sferige muziek. Aan het eind van alle dolkomische toestanden
trekt Arthur het zwaard uit de steen en is hij plots koning. Gelijk maar
in Theater de Lawei in Drachten in premiere voor 350 kinderen! We spelen
ze 'plat' en krijgen een prachtige recensie. Wow!
'AUDITIE' (1990). Na alle opwekkende en opgewonden theateravonturen tot
nu toe, willen we eens een 'theatrale verstilling' creëren. Voor
we uiteindelijk 'de vloer op gaan' maakt Rob veel droefenis mee, doordat
dochtertje Maj sterft. Dit gegeven wordt als vanzelf geïntegreerd
in een voorstelling over 'doodgaan', weer onder regie van Koen.
We maken als het ware een requiem, door een voorstelling over een regisseur
(Eric) die zijn oma (beroemd operazangeres met 'Letzte Lieder' van Richard
Strauss) wil herdenken met een spektakel op het graf. Rob komt auditie
doen en wordt tragikomisch afgewezen. Wel heeft hij een mooi zielig verhaal
(op basis van het begin van de 'Gebr. Leeuwenhart' van Astrid Lindgren),
wat ter plekke uitgespeeld wordt.
We spelen in een fraai decor met het publiek aan twee kanten, en op het
einde is er alleen nog een brandende kandelaar en een echte tortelduif.
Tijdens de voorstelling verschuift de sfeer bij het publiek van hilarisch
naar doodstil, zoals we willen.
De 'dubbele' premiere zakt overigens 's middags in De Harmonie in Leeuwarden
in elkaar door kinderen die zonder begeleidende onderwijzers zakjes chips
tijdens ontroerend bedoelde scènes gaan eten, en de recensie is
niet mals. 's Avonds valt alles als een echt requiem op zijn plaats, net
als tijdens de tournee die veel ontroering oproept.
.
Overigens kunnen we achteraf zeggen dat we met de ontwikkeling van meespeeltheater
via sprookjes en legenden naar een themavoorstelling precies de ontwikkeling
doormaken die het gehele jeugdtheater in Nederland van 1970 tot 1990 heeft
meegemaakt (aldus een boek over de geschiedenis van jeugdtheater).
We beleven als groep in 5 jaar een natuurlijke ontwikkeling dus?
In deze periode hebben we trouwens de pech dat er met FINNISJ al een volwaardige
jeugdtheatergroep in Fryslan is. Zij slokken alle mogelijke subsidies
op. Kortom: groeiproblemen.
.
We willen eens een tekst als uitgangspunt na alle ontdekkingen en het
spelen met taal in 'AUDITIE'. Kinderboekauteur Gerard Tonen schrijft 'HET
MASKER VAN GUNAWARDANA' over twee mannen (een cultuurschatbeschermer en
een smokkelaar die bakkeleien over een antiek masker uit SriLanka) in
een cel op een vliegveld. Zo hopen we onze reiservaringen eens te kunnen
vormgeven. Doordat hij directeur van de Harmonie wordt valt Gerards bijdrage
weg. Bovendien komt er geen subsidie los. Rob besluit dan zich terug te
trekken. Eric wil toch verder en maakt onder regie van Poppe Boonstra
en in samenspel met Ellen Withagen en Koos Smit 'KISSING DOGS' (1992),
een bewerking van een stuk van Sam Shepard over twee broers en een vrouw.
Het heftige stuk voor jongeren (een voor ons nieuwe doelgroep)vindt moeilijk
goede podia, ondanks keihard werken en de beste bedoelingen. Vooral de
dubbelrol van Eric als producent en acteur blijkt uiteindelijk te zwaar.
Een leerzame ervaring!
Rob maakt intussen een solovoorstelling. Het is een uitdaging om eens
alleen te kunnen acteren en met tekst te spelen. Samenwerkend met Ilja
Tammen ontstaat: 'WILD' (1991). Over een blanke man die al sterke verhalen
vertellend en deze op zijn lijf schminkend 'wild' hoopt te worden. De
voorstelling gaat in premiere op een solofestival in Leeuwarden, slaat
aan en maakt een flinke serie. 'WILD' heeft een soundtrack vol etnische
muziek. Het decor is een 'wilde kast', rijk aan allerlei spullen die Rob
op zijn buitenlandse reizen heeft verzameld. Aan het einde van de voorstelling
is er als soort van toegift weer een meespeelmoment, als kinderen uit
de kast 'iets wilds' mogen kiezen waar dan ter plekke een verhaal mee
verzonnen wordt.
Na 5 jaar reizen voor de SNOB komt er
een eind aan. Danstheater SCAPINO neemt de vlag over. Maar ook komt er
behoefte aan minder vrijblijvend buitenlands werk. Wijlen bestuurslid
Rob Hoelen vertelt mensonterende ervaringen uit weeshuizen in Roemenie.
Daar willen we een project doen! Oef! Na veel voorbereidingstoestanden
vertrekken we met 7 Nederlanders in een grote slaapbus. We spelen een
non-verbaal stuk met veel muziek over geuniformde types (in fanfarekostuums)
die onder die kleren allemaal hun eigen persoonlijke verlangens hebben:
'DREAMSCAPE' (1994). We beleven onbeschrijflijke toestanden en wonderlijke
avonturen in beestachtige tehuizen, en de Roemenen zien onze voorstelling
verrassend genoeg als de perfecte metafoor voor hun eigen ontwikkelingen
na het regime van Ceaucescu.
Rob wil na afloop van de moeizaam te verteren belevenis voorlopig niet
weer naar Roemenie. Eric bedenkt het jaar erna een vervolg met Jeroen
en Koen, en ze maken ter plekke met 40 theaterstudenten het spectaculaire
'MASSA' (1995), over 'scènes rond een tafel'. Veel blije weeshuiskinderen!
Een derde project komt ondanks allerlei afspraken met Roemeense instanties
toch niet van de grond. Culturele verschillen?
..
Ondertussen in Nederland is het lastig een voor Rob en Eric kloppend vervolg
te vinden voor hun jeugdtheaterambities. Plots valt er een engeltje uit
de lucht. Peter te Nuyl, artistiek leider van Tryater wil ons de ruimte
geven voor een stuk bij TRYATER.
FINNISJ blijkt gestopt. Tryater heeft hun gesubsidieerde taak toegewezen
gekregen, maar heeft nog geen invulling voor Nederlandstalig jeugdtheater.
Een vraag aan 'DE BROERTJES' dus
.. We hebben een vaag plan over
'waargebeurde verhalen van onze varende vaders', maar hij ziet er direct
iets in. Voila! 'GEVAREN' (1994).
Eindelijk geld, tijd en ruimte om uitgebreid aan een stuk te werken! Dank
TRYATER!
We verzamelen verhalen bij onze vaders en kapitein Hans Schalkwijk. We
geven deze 'stoere praat' met Henk Zwart van SUVER NUVER en schrijfster
Hanneke de Reus vorm tot een mooi spel over twee gestrande zeebonken die
in een keukentje (met 'walvishaaien-tv' en garnalenomelet en al) tegen
elkaar opbieden met steeds sterker wordende verhalen over hun vaders.
Helaas voor ons rommelt het ietwat binnen Tryater en verdwijnt onze beschermheer
Peter, wat voor ons een vrij korte speeltijd betekent. Een tournee langs
bijv. alle havens in het noorden van het land had voor de hand gelegen,
jammer
Maar we hebben eindelijk eens ideale werkomstandigheden
geproefd. Dat smaakt naar meer!
'DE VERDWALINGEN VAN Z' (1995) Rob heeft intussen de Academie achter
zich gelaten, waar hij parttime lesgaf. Hij verhuist bovendien naar Groningen.
Hij wil zich nu helemaal op spelen en theater maken concentreren. Kennelijk
werkt dat want de eerste subsidieaanvraag wordt direct door Fryslan gehonoreerd.
Mooi plan: samen met Threes Schreurs, regisseur van het vermaarde beeldend
theater DOGTROEP, werken aan een solo 'met veel spullen' over een verdwaalde
man die eigenlijk al thuis is (op basis van de Odyssee).
Het bouwt voort op zijn eerdere solo 'WILD' waar hij ook met veel dingen
in de weer was. Er ontstaat een uniek stuk met een prachtig draagbaar
decor (80 kg) met televisie,
bruidsjurk, strijkplank, etc. Rob ontdekt 'jabbertalk' als gevoeltaal
en het emotionele type Zjachariaszj met zijn oranje snor als clownesk
alter-ego.
De voorstelling is oorspronkelijk bedoeld voor kleuters maar blijkt proefondervindelijk
7+. Een voorbeeld van hoe een voorstelling zijn eigen loop kan hebben.
Desondanks heeft 'DE VERDWALINGEN VAN Z' zeer veel succes, tot op het
jeugdtheaterfestival van Den Bosch (waar ook een Franse impresario het
stuk 'scoort'). Later ontstaat een hele serie langs AZC's (nadat kinderen
Zjachariaszj tot 'een asielzoeker' bestempelen). Ook blijkt zijn rol te
passen in een clownstraditie, met als gevolg inspirerende optredens op
clownsfestivals. Rob ontdekt achteraf dat in het stuk veel van zijn hevige
Roemeense avonturen verwerkt zijn.
Nog steeds wordt 'DE VERDWALINGEN VAN Z' gespeeld, zoals onlangs in een
AsielZoekersCentrum en vorige week nog in een instelling voor verstandelijk
gehandicapten, waar de combinatie van 'lachwekkende rare man' en 'veel
te beleven' goed aanslaat. Bovenal is het zeer spannend en verrassend
om te doen voor dit zotte en onvoorspelbare publiek.
'DE VERPLEGERS' (1996) De volgende voorstelling komt ook voort uit onze
ervaringen in Roemenie. Een vruchtbaar project is dat geweest!
Al tijdens onze reis in 1994 ontstaan vragen over hoe het nu eigenlijk
in Nederland in de gezondheidszorg toegaat. En ontdekken we dat Jeroen
Busscher als speler prima bij ons tweeen past. Een smakelijke voorstelling
van jeugdtheater WEDERZIJDS uit Amsterdam ('BRANDWEERMANNEN') geeft de
juiste impuls: wij willen ook een beroepsgroep als uitgangspunt nemen,
maar nu in een ziekenhuis. Weer krijgen we subsidie en kunnen we uitgebreid
met Henk Zwart en Bouke Oldenhof aan het werk. Zelfs lopen we enkele weken
stages in verschillende instellingen.
Uit al onze ervaringen ontstaat het hilarische 'DE VERPLEGERS', met de
androgyne verpleegkundigen Tiny, Rene en uitzendkracht Ruth. Hoogtepunt
van de tournee is (naast een voorstelling voor de complete kinderafdeling
van het Medisch Centrum Leeuwarden) een serie op Terschelling tijdens
Oerol waar we een oud kerkje op West ombouwen tot een 'intensive care(kje)'
met een baby-afdeling vol Spa-flessen als baby's. Groot succes, met grote
aantallen toeschouwers uit de gezondheidszorg. Ook bij kinderen valt de
voorstelling overigens uitstekend.
.
Eric besluit hierna te stoppen met theatermaken. In 1997 spelen we een
laatste twee weken samen in 'DE VERPLEGERS', Eric gaat dan weer wat aarzelen
na zoveel spelplezier, maar het besluit staat vast. Al sinds een aantal
jaren creëert hij samen met Jeroen speciale gebeurtenissen in het
bedrijfsleven. 'MALGIL', het bedrijf dat ze oprichten wint in 1999 de
'Giraffe', een prijs voor het beste bedrijfsevenement van het jaar! Een
goede carrière-move dus.
.
Rob heeft het intussen druk genoeg. In het voorjaar van 1997 speelt hij
via Keunstwurk voor alle leeftijden van de basisschool: 'DE VERPLEGERS'
voor de bovenbouw, 'DE VERDWALINGEN VAN Z' voor de middenbouw, en verder
nog de kleutervoorstelling 'OPGEKIKKERD' (1997). Na steeds voor wat oudere
kinderen gespeeld te hebben wil hij weer eens iets voor 'ukkies' maken.
Deze doelgroep heeft een zeer eigen energie en dynamiek, wat niet elke
theatermaker even aantrekkelijk vindt. Met een vraag van Keunstwurk in
het najaar van 1996 om een voorstelling die afgelast is te vervangen,
komt het als vanzelf op hem af.
Tijdens het NOORDERZON-festival in Groningen heeft hij het zangduo 'DIADEEM'
ontmoet, bestaande uit Mariken Jongman en Jothea Brouwer. Zij hebben een
melodieuze 'sound' die tot hun verrassing zeer blijkt aan te slaan bij
kinderen.
Een samenwerking is geboren, en zo ontstaat vanuit de Kikker-en-Pad-verhaaltjes
van Arnold Lobel 'OPGEKIKKERD', onder regie van Jacqueline Kaptein.
Het is een perfect op kleuters gesneden combinatie van mooi vertellen
en lieflijke zang in een grasgroen decor. Het gaat over de vraag of je
ook 'vriendjes met z'n drieen' kan zijn. Tja, dat duurt 40 minuten voor
dat blijkt te kunnen. Met schattige huisjes en schoorstenen waar de rokende
dames tijdens de voorstelling even een trekje doorheen kunnen blazen.
Ons kleine publiek bekijkt, beluistert en beleeft vol aandacht hun eerste
theaterervaring?
..
Na in 1995 en 1997 met respectievelijk 'DE VERDWALINGEN VAN Z' en 'DE
VERPLEGERS' op Oerol Terschelling gespeeld te hebben, ontstaat bij Rob
het idee een productie speciaal voor het zomerfestival in een 'schuurtje'
te maken. Het Oerol-thema is in 1998 'De diepte van de oceaan', Rob wil
iets maken 'over dolfijnen'. Joop Mulder van Oerol gaat ervoor.
Bij een voorstelling van 'Z' in de instelling voor verstandelijk gehandicapten
Pyter Jurjenshof in Stiens, ontmoet hij nogal theatrale figuren. Al gauw
maakt hij met hen een ontroerende voorstelling voor de ouders, die tegelijk
als auditie geldt. Hij ervaart parallellen tussen de uitstraling van dolfijnen
en die van verstandelijk gehandicapten (of 'mensen met mogelijkheden'
zoals ze nu op opleidingen schijnen te heten). Er is sprake van een soort
'smelteffect'.
Dit wordt vormgegeven in 'WONDERBAAR' (1998), een met recht wonderbaarlijke
voorstelling! Als in een soort t.v.show ontvangt Rob een aantal gasten
, waarbij geleidelijk de touwtjes in handen komen van drie verstandelijk
gehandicapte acteurs Bert Jagersma, Yolanda de la Fonteijne en Harm de
Vlugt. Aan het eind gebeuren er allemaal 'wonderen': Yolanda trouwt met
de 'gehealde' boeman Harm, en Bert weet als een onnavolgbare kloon van
Sjef van Oekel het gehele publiek tot het zingen van het volkslied te
bewegen. Yolanda bevalt dan ook nog van een vierling: smelteffect compleet!
Het ontroerende van deze voorstelling zit in de rollen van Harm, Bert
en Yolanda. Die zijn 'op maat' bedacht. Zij spelen ongegeneerd hun eigen
verlangens uit, zoals ze graag zouden willen zijn, en dat is aandoenlijk
om naar te kijken. 'WONDERBAAR' speelt ook op NOORDERZON Groningen en
in SIRKUS LJOUWERT.
Een prachtig project door alle emoties eromheen van bijv. ouders en familieleden.
De media besteden ook rijkelijk aandacht aan het gebeuren, met een mooi
verslag op Omrop Fryslan en een onthullende videofilm op TVNoord van Lisa
Terpstra die het hele ontstaanproces gefilmd heeft.
.
'LOVARE LOVARE' (1999). Rob ontvangt weer een subsidie van de Provincie
Fryslan voor het maken van 'VOLARE VOLARE', een clowneske solo over een
man die wil vliegen. Door het intense samenwerken met de twee zangeressen
(die ook in 'WONDERBAAR' als 'charmante assistentes' acteren), krijgt
hij echter behoefte om niet een solo te maken maar een duet met Mariken.
Rob creëert voor haar een rol op zo'n manier dat haar zang en charme
volledig tot bloei komt. Voor hemzelf blijkt Zjachariaszj uit 'DE VERDWALINGEN
VAN Z' ook zo levensvatbaar, dat deze rol 'in nog een voorstelling wil'.
Zo ontstaat een beeldende theatervoorstelling (regie weer van Jacqueline)
over een kwakzalver die 'Cantaqua' (zangwater) verkoopt vanuit zijn uitklapbare
huifkar met Solexmotor (weer net als de 'rugzak' van 'Z' geweldig in elkaar
geconstrueerd door scheepsbouwer Derk van Dieren). Plots komt er iets
uit de lucht vallen, wat een vrouwtje blijkt te zijn. En zo ontstaat het
'eeuwige gedoe tussen man en vrouw', met de liefde tot gevolg. De titel
verandert dus in 'LOVARE LOVARE', en dit wordt een geweldige hit: 150
voorstellingen binnen een jaar! De taal is puur een klankentaal, er wordt
geen verstaanbaar woord gezegd, toch wordt alles begrepen door de lichaamstaal.
De voorstelling heeft een prachtige balans tussen spel, beeld, zang en
muziek, en Rob en Mariken zijn zeer aan elkaar gewaagd. Mooi werk met
veel discussies tussen de jongens en de meisjes op de scholen achteraf.
Onlangs spelen we in een gloeiend hete zaal op een AZC voor 300 vrouwen
uit alle windstreken tijdens de Internationale Vrouwendag 2001. Zjachariaszj
is de enige man zo ongeveer. 'LOVARE LOVARE' wordt enthousiast ontvangen,
en daarna dansen op de Koerdistaanse muziek. Later horen we dat tijdens
Nederlandse lessen op het centrum uitgebreid is gediscussieerd over ons
taalgebruik. Ze komen tot de conclusie dat ons koeterwaals absoluut Friestalig
was!
'POST!' (2000). De ervaringen met 'OPGEKIKKERD' smaken naar meer. Jothea
wordt gevraagd het trio weer te completeren om een voorstelling voor jonge
kinderen te maken. Vanuit de organisaties op het gebied van kunstzinnige
vorming is daar ook om gevraagd. Voor de jongste doelgroep is er weinig
aanbod. Dus gaan we aan de slag,
STICHTING BROERSMA in coproductie met STICHTING GRIET met kleine subsidies
uit zowel Fryslan als Groningen.
En heeft Rob in de vorige samenwerkingen steeds een soort hoofdrol vervuld,
nu krijgt een ieder evenveel speeltijd en gewicht, en zingen we alledrie.
We willen spelen met Nederlandse taal en kiezen Annie M.G. Schmidt als
voorbeeldige inspiratie. Daarnaast brengt Rob vanuit zijn andere werkzaamheden
een psychologisch model in over 9 mogelijke menselijke drijfveren: het
enneagram. Dit is zo vruchtbaar dat tot op de dag van vandaag de tournees
gevuld zijn met gesprekken over persoonlijke ontwikkeling aan de hand
van dit model. (Aanrader!)
Voor 'POST! schrijft Mariken n.a.v. improvisaties een tekst grotendeels
op rijm, ontwerpt Rob een vernuftig en kleurrijk decor en weet Jothea
mooie driestemmige acapella melodieën te weven. Jacqueline is de
aardig strenge regiejuf.
Het kleuterverhaal: drie postbodes brengen de post, maar krijgen zelf
nooit post en gaan dan de straatbewoners spelen die wel post krijgen.
Met alle gedoe tussen de types vandien. Jonge kinderen spreekt het zeer
aan en ook de docenten zijn scheutig met complimenten. Voor ons is het
een pittig stuk met alle rolwisselingen, en dat houdt tegelijkertijd scherp!
Dit seizoen speelde 'POST!' al over de honderd keer, voor de maanden na
de zomer staan eenzelfde aantal in optie. Weer een hit?
Zo kwam dus van het een het ander. De toekomst is nog ongewis. Dat er
nog meer BROERSMA-producties zullen komen lijkt wel zeker.
Onze successen en ontwikkelingen smaken in ieder geval naar meer, vandaar
dat nieuwe plannen zijn ingediend bij verschillende subsidiegevers. Rob,
Mariken en Jothea willen in 2002 'FAMILIE FAMILIE' maken. Een 'volkse
opera' over drie generaties in het fictieve dorpje Flusterburen aan het
Wad. Opa'ke, Mamske en dochter Zwaan vertellen en zingen over van alles,
behalve over de vader van Zwaan. Hoe zit dat?
We willen familiegeschiedenis en streekverhalen vormgeven tot een sappige
familievoorstelling, waarin geheimen op speelse wijze aan het licht komen.
Geschikt ook voor theaters en dorpshuizen, naast het scholencircuit.
Verder ontwikkelt Rob een beeldende theatervoorstelling op basis van
de oude mythe over 'ICARUS'. Na de plotselinge verandering van thema van
'VOLARE VOLARE' naar 'LOVARE LOVARE' blijft vliegen een nog uit te werken
inspiratiebron. Momenteel wordt in samenwerking met Stichting Sneeuwval
uit Amsterdam gewerkt aan een 'opblaasbaar' decor (met brandslangen die
door perslucht onder druk gezet kunnen worden). Zo zal in eerste instantie
een zintuiglijke voorstelling voor ernstig meervoudig gehandicapten worden
gemaakt, met veel geur, kleur, tast en klank.
..
Zo, de afgelopen twee dagen zijn vervuld geweest van het typen van deze
tekst en het terugblikken op de verleden tijd. Een intensieve ervaring,
die ook veel gevoelens oproept. Een gevoel van trots op wat er allemaal
bereikt is, van glunderen bij de herinnering aan bepaalde momenten, van
glimlachen over malle zottigheden, maar ook van pijnlijk geraakt worden
door scherpe kritiek of de overweldigende ervaringen in de weeshuizen,
of van enige spijt over al te impulsieve acties.
We hebben met STICHTING BROERSMA ongelooflijk veel meegemaakt!
15 producties met een grote variëteit aan onderwerp, uitvoering,
sfeer en toneelbeeld.
Zo'n 1250 voorstellingen, steeds in andere zalen met andere omstandigheden,
een ander publiek en een andere energie. Geen een was hetzelfde! Allemaal
unieke gebeurtenissen. Dat is het mooie van theater.
Zo'n 100.000 kijkers (als we een gemiddelde nemen van 80, wat ongeveer
zal kloppen).
Iedere toeschouwer met zijn/haar eigen beleving en associaties en instelling
en
.
Zo'n 95.000 kinderen
.
Zoals dat jongetje met zijn langzaam biggelende tranen dat voor het eerst
op de basisschool komt en gelijk een voorstelling krijgt voorgeschoteld.
Zoals die moeder die in de lach schiet en alle kinderen verbaasd omkijken.
Zoals dat meisje dat alle liedjes voluit meezingt.
Zoals die juf die alleen maar naar het kinderpubliek kijkt.
Zoals alle razendsnelle handtekeningenjagers op de scholen.
Zoals die hyperactieve 'gang' op de achterste rij, en vooraan een giechelhoekje.
Zoals die conciërge die vrijmoedig zijn hart uitstort tijdens het
opbouwen.
Zoals die schriele tweeling met de dikke brilleglazen, en het te grote
meisje.
Zoals die mevrouw die halverwege de voorstelling zakjes chips gaat uitdelen,
omdat halverwege een pauze hoort te zijn.
Zoals die enthousiasteling die steeds mee wil doen, en die slappe lacher.
Zoals de criticus die steeds zijn op zijn kladblok zit te kijken.
Zoals al die kinderen die na afloop op het schoolplein energiek de spelers
imiteren.
Zoals die ritmische kucher, met ernaast die stille genieter.
Zoals die meester die het bezemhok als kleedkamer aanbiedt.
Zoals het meisje dat met losse handen op haar hoofd springt.
Zoals de islamitische meisjes, die plotseling zich afdraaien, en even
later weer terug.
Zoals die vriendjes die elkaars handjes vasthouden, en die luidruchtige
bemoeial.
Zoals de jarigen die tijdens de voorstelling komen trakteren.
Zoals die jongen die de hele tijd tussen zijn vingers door gluurt.
Zoals een kinderpubliek dat afwisselend luidruchtig meeleeft, giert van
het lachen en weer doodstil wordt.
Zoals
. Zo uniek is elk publiek! Zo uniek
is elke voorstelling!
Dat er nog maar vele mogen bijkomen! Dat er nog maar velen mogen meegenieten!
Rob Heiligers, Groningen, 22 en 23 mei 2001
P.S. Extra speciale dank voor de trouwste fans: Rita (liefste met altijd
hoorbare klaterlach!), Ma (moederliefde en knipselmap!), Pa (steun en
'premiere-cakes'!), alle familie en natuurlijk dochterlief Yoko, met haar
scherpe oog en inmiddels 18, voor wie het ooit allemaal begon
.
|